donderdag 7 januari 2010

koudegolf teistert Bangladesh

We hadden gelezen dat het in Bangladesh in deze tijd rond de 25 graden zou zijn. In Dhaka was het al wat koeler. Onze contactpersoon Biswas waarschuwde ons in Dhaka al dat het hier een stuk kouder zou zijn. Wij zitten namelijk in het koudste gedeelde van Bangladesh. We dachten dat dat wel mee zou vallen. Nou, mooi niet dus. Voor Nederlandse begrippen valt het best wel mee. Het is hier zo'n 5 graden boven nul. En jullie halen de min 15. Maar het grote verschil is dat we hier geen verwarming in de huizen hebben. En geen ruiten in de ramen, alleen luiken aan de buitenzijde er voor.

De eerste nacht hier hebben we het dan ook echt koud gehad. De kamer en het bed voelden wat klam aan. Corry ging met haar ochtendjas over haar pyama aan en wandelsokken aan haar voeten naar bed, en Han met een T-shirt met lange mouwen (normaal draagt hij niks). Drie (dunne) dekens moesten ons verder beschermen. Helaas was het niet voldoende om het aangenaam te krijgen. De kou heeft ons wakker gehouden. De volgende nacht heeft Han (voor het eerst in zijn leven?) sokken aangehouden in bed, en met nog een extra laagje aan hebben we redelijk kunnen slapen. Onze trouwe webloglezer Willem stuurde ons nog een "opbeurend" bericht: er gaat een koudegolf over Bangladesh, waar al 14 mensen aan zijn gestorven. En er komen er nog twee. Dus vannacht waren we helemaal voorbereid. We hadden ondanks de lage temperatuur buiten toch alles open gezet en de kamer uitgebreid geventileerd om het vocht er uit te krijgen. En met de extra laagjes aan hebben we het vannacht zowaar aangenaam gehad. Maar wij hebben het nog heel riant. We komen in dorpen waar de muren van de hutten zijn opgetrokken uit takken, geen ramen dus het is de hele dag donker en koud en vochtig, en ze slapen op de aangestampte moddergrond.

Overdag dragen we ook 4 lagen kleding. Corry heeft ook een mooie omslagsjaal gekocht, die de vrouwen hier veel dragen. In de middag warmt het wel wat op, zodat er een laagje af kan. Vandaag was het heerlijk. De zon brak al in het begin van de middag goed door en vandaag hebben we voor het eerst met korte mouwen rond gelopen. Dus misschien is de eerste koudegolf nu voorbij. We hebben ook de slag van het warm douchen te pakken: eerst warm water koken. Het warme water in een grote teil stoppen. Koud water er bij tot het de goede temperatuur heeft. En dan met een kan over je heen gieten. Het gaat hier al heel vertrouwd voelen.

woensdag 6 januari 2010

120 prachtige bruine ogen: aan het werk!

Wij zijn een bezienswaardigheid. Corry nog het meest. In dit gebied komt vrijwel nooit een buitenlander. Als we ergens stilstaan verzamelt zich al gauw een groepje mensen om ons heen, die van een afstandje naar ons kijken. Aan onze Bengaalse begeleiders vragen ze waar we vandaan komen. Kinderen vinden het helemaal geweldig om ons te zien en proberen de enige woordjes Engels die ze kennen op ons uit. Om in gierende lach uit te barsten als we antwoorden.

Vandaag hebben we ons eerste CDC bezocht. Na 45 minuten rijden kwamen we te midden van de akkerbouwvelden (grotendeels droog, sommige beplant met aardappelen of rijst) terecht bij een "schooltje" opgetrokken uit houten palen als wanden en golfplaten op het dak. Totaal circa 3x6 meter aangestampte klei op de vloer, waarop de kinderen op jutekleden zaten. Ruim 60 kinderen van 6 tot 12 jaar en 1 juf. Ze waren bezig met de letters A t/m G. Bij onze aankomst stonden ze uiterst gedisciplineerd als een man op en werden we in koor gegroet. 120 prachtige bruine ogen keken ons aan. En toen begon ons hart al te smelten.

De vraag van BNM aan ons is om de kinderen op de CDC's na te kijken. Dat willen we maar al te graag doen. Gisteravond hebben we een strategie bedacht, die bleek redelijk te werken.

Voor ons bezoek aan het CDC hebben we de plaatselijke apotheek in de dichtstbijzijnde stad bezocht om te kijken wat die had. Gewoon alles dus. Opgestapeld in (voor ons oog) ongeorganiseerde hoopjes stonden allerlei medicijnen te koop. We mochten de shop (3x3m, de wanden tot boven aan toe vol met doosjes en flesjes) inlopen en op ons gemak alles bekijken. Binnen twee minuten stond er een vertegenwoordiger van een plaatselijke farmaceut op de stoep met folders van zijn merk. Er zijn hier meer medicijnen op voorraad dan bij de plaatselijke apotheek in Nederland. Waarschijnlijk is het meeste wel verlopen. De plaatselijke bevolking gaat met zijn klacht direct naar de apotheek en haalt daar medicijnen zonder recept. De apotheker is niet speciaal opgeleid, maar meer een medicijnverkoper. Meestal heeft hij wel stage gelopen bij een meer ervaren medicijnverkoper, voor hij zijn eigen shop begint.

Na aankomst in het CDC hebben we onze ruimte ingericht (het schoollokaaltje dus). Wij zaten naast elkaar en de kinderen, die buiten netjes in de rij stonden te wachten, werden per paar naar binnen geroepen, zodat wij ze konden nakijken. Te beginnen bij hun haren, eindigend bij de voetzolen. Behalve dat we regelmatig veel nieuwsgierige mensen wegstuurden, die ongegeneerd door de wanden van het lokaal (vooral naar ons) stonden te kijken, verliep alles heel rustig. Buiten werd een registratiekaartje gemaakt met naam, leeftijd (de geboortedatum was vaak niet bekend) en eventuele gezondheidsklachten. Dat kaartje konden wij dan binnen gebruiken om onze bevindingen op te schrijven. Na afloop hebben we de zaken die wij als probleem zagen nog met de onderwijzers besproken. Voor een deel van de kinderen zat hier een medicijnadvies bij. De onderwijzers geven het door aan de ouders, en dan maar hopen dat ze er iets mee kunnen.

Triest was dat heel veel kinderen klaagden over buikpijn of maagpijn, voor of tijdens of vlak na de maaltijd. De oorzaak daarvan werd snel duidelijk: honger. De maaltijd die de kinderen op het CDC krijgen is voor de meeste kinderen de enige maaltijd die ze krijgen. 1x per dag. 6x per week. Daartussendoor hebben ze honger. En als ze eten krijgen, overvoeren ze zichzelf makkelijk, waardoor ze ook weer buikpijn krijgen. Geen ziekte dus, maar een normale reactie op een abnormale situatie. Gelukkig krijgen de kinderen van de CDC's nog een maaltijd en scholing. Hopelijk is dat het begin van een blijvende verandering.

dinsdag 5 januari 2010

de grootste auto heeft voorrang

32 doden per dag in het verkeer in Bangladesh. En dat verbaast me niks. De wegen zijn wel goed, maar het verkeer is vreselijk. De rijstijl die de Bengalen hebben doet "Blik op de weg" op een rijles lijken. Dubbel inhalen terwijl je tegenligger ook aan het inhalen is, is heel normaal. Op het laatste moment inhalen en uitwijken ook. De rijstijl is brutaal en voor ons soms angstaanjagend. Corry heeft af en toe haar ogen dicht gedaan, wachtend op de knal. Gelukkig hadden we een "ervaren" chauffeur, die precies wist wat wel en niet kon.

Toch is de rijstijl niet agressief. Je toetert netjes dat degene voor je aan de kant moet gaan, we hebben dit zo'n 12x per minuut, 8 uur lang gehoord. De riksja's en tuk-tuks houden netjes in als je hun snijdt bij het inhalen. De voetgangers en fietsers gaan netjes de berm in als je hen tijdens het inhalen op hun rijstrook tegemoet rijdt. En als er zo'n grote vrachtwagen jouw kant op komt, ga jij netjes de berm in. alle verkeer gaat over dezelfde weg, en er is gewoon te veel verschil in snelheid. Officieel zijn er wel verkeersregels, maar in de praktijk maar een: de grootste auto heeft voorrang.

Dus met de hulp van waarschijnlijk zo'n 1000 engelen zijn we veilig aangekomen in Birgonj. We kwamen met donker aan, dus we weten nog niet hoe het er buiten uit ziet. Het is primitief. Geen warm water. Het is koud. Maar de warmte van de mensen maakt alles goed. Voor de stroom uitviel, hebben we nog onze klamboe opgehangen, dus we rekenen op een rustige nacht. We zullen de komende 10 nachten hier blijven. Van hier uit bezoeken we de Child Development Centers (CDC) in deze regio, 10 in totaal. Morgenochtend gaan we naar het eerste CDC. We gaan daar de kinderen (zo'n 74 op dit CDC) nakijken.

We hebben van BNM een modem meegekregen dat internetverbinding via het mobiele netwerk verzorgt. Het gaat langzaam, maar het is beter dan niks. En we hebben hier bereik, dus het werkt. Ook onze telefoons doen het. Daar zijn we blij mee. Als de stroom het regelmatig doet, kunnen we jullie op de hoogte houden.

maandag 4 januari 2010

straatbeeld Dhaka


Vandaag even een wandeling gemaakt over de straten in deze wijk van Dhaka. Het lijkt mistig, maar het is stof dat in de lucht hangt. Hoge gebouwen met een groot hek en een bewaker voor de ingang, staan naast golfplaten krotjes. Vrouwen lopen met grote manden met stenen op hun hoofd, kinderen spelen in hun blootje op straat. Blinkende luxe wagens en roestige riksja's.
Maar de mensen gaan graag op de foto. Ze zijn trots op hun mooie riksja, beschilderde vrachtwagen, het gebouw in aanbouw waar ze de electriciteit aanleggen.

de eerste briefing

Vanochtend hebben we vergaderd met de hele "senior staff" van BNM. Periodes van uitgebreid Bengaals praten werden afgewisseld met een samenvatting voor ons in het Engels. Ze bleken al een plan in grote lijnen te hebben. De beleefheid vereist dat ze aan ons vragen of we dat een goed idee vinden. Maar natuurlijk kunnen zij veel beter beoordelen wat nuttig en haalbaar is dan wij.
We zullen alleen naar het (uiterste) noord-westen van Bangladesh gaan en daar op drie verschillende plekken verblijven. Vanuit die plekken bezoeken we de Child Development Centers. De tijd is te kort om ook nog de CDC's in het zuid-westen te bezoeken. We zullen spreekuur houden met name voor de kinderen en hun familieleden. Onze komst wordt vooralsnog niet aangekondigd, ze zijn bang dat er anders 1000 man afkomt op de komst van een Dutch doctor. De plaatselijke staf weet wel van onze komst. We zijn van plan om te beginnen met een ontmoeting met de plaatselijk apotheek en de plaatselijke "dorpsdokter" (een gezondheidswerker met een parttime opleiding van een half jaar).
Morgenochtend reizen we naar Birganj in het district Dinajpur. Een reis van 300 km waar we ongeveer 8 uur over zullen doen. "Be prepared." was de opmerking bij die reistijd. Het zal ons benieuwen. In Dhaka is het verkeer druk en chaotisch. Een ritje van 20 minuten is al ruim voldoende voor de zintuigen. Maar ik hoop dat het wat verder uit de stad wel wat rustiger zal zijn. Op de kaart ziet de weg er uit als een dikke rode lijn. Maar als je gemiddeld nog geen 50 km uur kan rijden, zal die rode lijn wel wat anders voorstellen dan in Nederland. We zullen het beleven.
De eerste anderhalve week gaat Gloria van de staf alhier met ons mee, om ons te begeleiden en overal te introduceren. Zij gaat ook proberen te voorkomen dat onze plaatselijke koks het eten op Bengaals nivo kruiden en daarmee onze monden en magen wegbranden.

zondag 3 januari 2010

aankomst in Dhaka

De chaos op het vliegveld komt ons vertrouwd voor. Lange rijen met donkere mensen (meest mannen) voor de douane. Heel veel Bengaalse mannen werken in het Midden-Oosten als gastarbeider. En die komen met vliegtuigen vol tegelijk naar huis. Gelukkig is dat de rij voor de Bengalen zelf. Wij hebben al een visum en er is voor die mensen een aparte rij. We staan bijna vooraan. Ook hier veel bureaucratie en na 20 minuten de door ons ingevulde formulieren bekijken, mochten we Bangladesh binnen. De enige opmerking werd geplaatst naar Corry: “You are a nurse? Good!”


Helaas voor ons duurde het heel lang voor onze bagage op de band was. De douane had bij de andere rijen inmiddels zijn werk gedaan en langzaam maar zeker kwamen de Bengalen ook bij de band werd de ruimte die Han aan de band had steeds kleiner. De hoffelijkheid was ver te zoeken, zelfs niet (speciaal niet?) voor vrouwen. Na anderhalf uur een beetje duwen en trekken in de menigte kwam eindelijk onze tweede koffer op de band en konden we naar buiten.

Achter de schuifdeuren stond een mannetje met een groot bord “Dr. Han and Corry Tan. Netherlands”. Milton stond al die tijd al te wachten en vroeg zich zelfs af of hij ons gemist had. We waren alle drie blij om elkaar te zien.

Buiten stonden er nog meer mensen, die met hoge hekken en door agenten met fluitjes en bamboestokken van de parkeerplaats van het vliegveld werden afgehouden. Alleen met een speciaal kaartje mag je het vliegveldterrein op komen. Heel veel geschreeuw en getoeter. En dat kwam ons vertrouwd voor. We hebben hetzelfde in Nepal meegemaakt, alleen stonden daar geen hekken en vochten gelijk tien mannen om jouw bagage te mogen dragen. Hier werden we niet bestookt door dragers en taxichauffeurs, alleen door muggen. Dit is wel rustiger!

Milton had vervoer geregeld. En na 20 minuten rijden door mensenmenigtes, slalommend tussen riksja’s, over afwisselend asfaltwegen en blank staande onverharde wegen, kwamen we aan bij het guesthouse, tevens hoofdkantoor, van de Bangladesh Nazarene Missions. In deze wijk lijkt dit het enige gebouw dat af is. Buiten wordt druk gewerkt en is het een grote modderpoel. Binnen is het rustig en schoon. Onze kamer is ruim en comfortabel genoeg. Het water was koud, tot er een speciaal knopje voor bleek te zijn. Er zijn in twee kamers 15 schakelaars (en maar twee lampen per kamer), van ongeveer de helft weten we waar ze voor dienen. Het guesthouse heeft een kok. En aangezien we de enige gasten zijn, hebben we dus een privĂ©-kok. We hebben heerlijk gegeten, en na een warme douche gingen we om half negen plaatselijke tijd slapen.

zaterdag 2 januari 2010

afscheid nemen is niet leuk

Afscheid nemen is niet leuk. We hebben net onze familie gedag gezegd op het vliegveld en zitten nu bij de gate. Over een half uurtje aan boord. Afscheid nemen is helemaal niet leuk. Maar afscheid nemen bestaat niet, we nemen iedereen in ons hart mee.
De afgelopen dagen hebben in het teken gestaan van inpakken en voorbereiden, maar vooral ook van veel lieve mailtjes en telefoontjes en persoonlijke gesprekken, van en met mensen die ons een goede reis wensten.
We zijn er nu helemaal klaar voor. Het voelt nog niet zo dat we straks in een ander werelddeel zitten, maar het is toch echt zo.
Ons volgende bericht is van buiten Europa....