zaterdag 13 februari 2010
ruim 500 kinderen in 4 dagen
Het was flink doorwerken, maar het meeste energie kostte dat de dokters zich ook met de organisatie bemoeiden. De eerste dokter stond er op dat wij iedereen medicijnen voorschreven, en de tweede dokter wilde uitgebreid thee met ons drinken tussendoor en foto's maken. Wij, samen met de staf van de NCM, moesten daar op aanpassen en we konden niet zo makkelijk nog sturen. Maar goed, we hebben wel ons werk kunnen doen. En over de opkomst mogen we niet ontevreden zijn. De DMO beloofde ons nog een keer uit te nodigen voor een etentje bij hem thuis, dus hij zal ook wel tevreden zijn.
Vandaag hebben we weer een "ouderwetse" check-up gedaan, met alleen onze eigen staf. Een van de stafleden is predikant in een dorpje verderop, waar ook een CDC is. Dus hebben we daar een extra dag gepland (eigenlijk was vandaag een vrije dag.) De kinderen van dat CDC 10 km verder op, (net buiten het gebied van de district medical officer,) waren naar het plaatselijke kerkgebouw gekomen, om te worden nagekeken. Dus geen DMO, geen extra dokter, alleen onze eigen staf.
Bij onze aankomst zaten 120 kinderen in de kerkzaal te wachten en ons bij onze binnenkomst met hun bruine ogen verwachtingsvol aan te kijken. De staf had het allemaal al voorbereid en een mooie onderzoeksruimte gecreeerd. Het liep als een trein. In 3.5 uur hebben we alle kinderen gezien en zijn we voldaan in de tuk-tuk (een soort driewieler brommer met blik er om heen) al heen en weer schuddend voor de lunch naar huis getuft: 50 minuten door prachtig heuvelachtig landschap bij zo'n 22 graden, is niet echt een straf. Zoals vandaag hadden we ons ons werk hier voorgesteld.
In de middag hebben we wel even een tuk-tukkie gedaan. We merken dat we minder energie hebben. Dit heeft ws ook te maken met de hoogte (1200 meter). En we moeten natuurlijk ook wennen aan het nieuwe klimaat, de nieuwe mensen en het andere eten. Het is een groot verschil met Bangladesh.
woensdag 10 februari 2010
kennismaking met diverse autoriteiten
We horen dat er in het Nederlands nieuws melding wordt gemaakt van onrust op Sri Lanka rond de recent herverkozen president, en zijn ex-opponent die nu gearresteerd is omdat hij het leger tegen de president aan het opzetten zou zijn. Wij merken daar niet zo veel van. Alleen staat het hier ook in de krant en wordt er over gepraat. In Colombo zelf zal het wellicht onrustig zijn, hier in Hatton kan je net doen of de rest van de wereld niet bestaat. Hoewel…
De overheid van Sri Lanka heeft wat controledrang. Onderweg van Colombo naar Hatton zijn we erg veel politie controleposten tegen gekomen. Langs een provinciale weg zonder zijwegen staat dan ineens een kleine politiepost, en de weg is om en om half afgezet met hekken, zodat je daar slingerend doorheen moet rijden. Tussen die hekken staan agenten met geweren te kijken wie er langs rijdt. Overal konden we gewoon doorrijden, volgens onze chauffeur vooral vanwege het onmiskenbare westerse uiterlijk van Corry. Hij vreesde voor de terugreis zonder passagiers.
In de grotere plaatsen waar we doorheen reden zagen we ook regelmatig soldaten met automatische geweren rond lopen. Net als de politie staan of lopen ze er ontspannen bij. Je hebt niet het gevoel dat ze op scherp staan. Maar ze zijn wel duidelijk aanwezig.
Vanmiddag hebben we kinderen van het eerste CDC gezien. De kinderen zouden na school speciaal voor het onderzoek naar het NCM center komen. Alleen aan het begin van de middag ging het echt stortregenen. De kinderen druppelden letterlijk en figuurlijk binnen, en aan het eind hadden we er maar ruim 50 gezien van de kleine 100 die verwacht werden. Bij onze onderzoeken hebben we hoog bezoek gehad. NCM heeft de plaatselijke autoriteiten geïnformeerd over onze komst, en ze kwamen polshoogte nemen. Eerst iemand van de politie, de "sub-inspector". Blijkbaar de rechterhand van het hoofd van de politie van het district (provincie) hier. Hij kwam kijken wat we deden. Maar hij was eigenlijk te vroeg. We hebben vriendelijk uitgelegd wat we deden, en hij heeft het onderzoek van 1 kind bijgewoond dat ook te vroeg was. Na een tijdje wachten op het volgende kind vond hij het wel welletjes, en vertrok. Wat hem betrof mochten we onze gang gaan.
Later kwam de "district medical officer" langs. In tegenstelling tot wat onze contactpersoon in Sri Lanka, David, me gezegd had, kwam hij niet om van ons te leren. Hij kwam ons controleren. Hij is hoofd van de basisgezondheidszorg in het district. Met een uitgebreide staf van dokters, vroedvrouwen en ondersteunend personeel zorgt hij namens de overheid voor de bezetting van lokale en regionale "hospitals". (Wat die hospitals voorstellen weten we nog niet, we zijn er een paar voorbij gereden, en ze zijn in ieder geval niet groter dan 1 of 2 klaslokalen.) Bovendien was er in zijn district net een start gemaakt met de behandeling van ernstig ondervoede kinderen onder de 5 jaar. Hij moet die kinderen opsporen en behandelen. Hij vertelde dat hij de kwaliteit van gezondheidszorg in Sri Lanka moet bewaken. Hij komt dus controleren of het werk wat wij doen, van voldoende kwaliteit is. En eigenlijk vond ik dat ook wel terecht. Verder vindt hij het maar niks als hulporganisaties binnen komen, eventjes een medical clinic houden, en dan weer vertrekken, zonder vervolg. Dus hij was naar ons wat achterdochtig, maar wel op een vriendelijke manier. We hebben dus uitgebreid met hem gepraat, en uitgelegd wat we doen, wat we gedaan hebben in Bangladesh en de resultaten laten zien. Hij heeft een tijdje bij onze onderzoeken gezeten, en wilde zelf graag naar alle harten luisteren om hartruisjes op te sporen. Het bleef voor ons niet te peilen, wat hij nou van ons vond. Toen hij vertrok, vertelde hij dat hij ging regelen dat we de kinderen op de volgende plek tijdens schooltijd konden zien, dan zou de opkomst hoger zijn. Dat hebben wij maar als een positief signaal opgevat. Morgen is hij er wel weer bij.
Wordt vervolgd…
dinsdag 9 februari 2010
start in Hatton
Het hoofdgebouw van het Nazarene Compassionate Ministries (NCM) center staat te midden van theeplantages bovenop een heuvel net buiten de plaats Hatton. Het gebouw is zowel aan de buitenkant, als aan de binnenkant opgetrokken in verschillende nuances wit, en heeft op de begane grond grote glaspartijen als muren. Het is dan ook enorm licht. Op de eerste verdieping zijn een paar slaapzalen en een paar tweepersoonskamers met badruimte. Een van die kamers hebben wij.
We zijn vanmiddag aangekomen in Hatton na een reis van 120 kilometer, die over de slingerende wegen door de heuvels 3.5 uur heeft geduurd. Hier zullen we de komende twee weken verblijven. Samen met David, de NCM-coordinator voor Sri Lanka hebben we een voorlopig schema gemaakt. Deze week gaan we drie Child Development Centers (CDC's) bezoeken en de kinderen nakijken. Op elk CDC zitten 75-100 kinderen. Op Sri Lanka is er leerplicht en die wordt ook gehandhaafd. Tot 2 uur 's middags zitten de kinderen verplicht op school. Wij kunnen pas na die tijd met het onderzoeken van kinderen beginnen. Rond 6 uur wordt het donker, dus we moeten even kijken of we op een dag een hele CDC kunnen doen. Maar in de ochtenden hoeven we ons niet te vervelen. David heeft gevraagd of wij wat trainingen over gezondheid willen geven voor zijn staf. En of wij willen preken, als we hier toch naar de kerk gaan. Dat laatste zal nog de meeste voorbereidingstijd vragen….
Volgende week is hier toevallig een training voor de NCM staf over de begeleiding van mensen met (psycho)trauma door de oorlog. Wij gaan die ook bijwonen. Na een burgeroorlog van 25 jaar zijn hier veel mensen die op de een of andere manier te lijden hebben gehad onder de oorlog. NCM wil er ook voor die mensen zijn. Het leuke voor ons is dat dan de hele NCM staf naar dit centrum komt, en ook Hermann Gschwandtner uit Duitsland, die onze eerste contactpersoon was. Wij kunnen dus een hoop handen schudden.
Het is de bedoeling dat we in nog drie regio's CDC's gaan bezoeken. Op verschillende plaatsen wil de district medical officer kennis met ons maken. Op de een of andere manier hebben mensen in ontwikkelingslanden altijd het idee dat buitenlandse dokters meer weten dan de inlandse dokters. Dus wil zelfs de plaatselijke dokter graag van ons leren. Ik vrees echter dat het andersom zal zijn. Het plan is flexibel en afhankelijk van hoe het gaat. Onderzoeken van kinderen, gecombineerd met het volgen van een training, trainingen geven, en verschillende ontmoetingen met sleutelfiguren: het belooft een afwisselend programma te worden.
maandag 8 februari 2010
Sri Lanka
Van voorslapen is niks gekomen. We zouden 's nachts reizen, en de middag er voor voorslapen. Op onze laatste dag in Dhaka kwam er in de ochtend een groep Canadezen aan, van wie er een zich niet zo lekker voelde. Of ik even wilde kijken. Deze jongeman had erg weinig reiservaring en was zeker nooit in een ontwikkelingsland geweest. Ze waren met de groep in India geweest en vanwege buikklachten had hij wat middelen tegen misselijkheid en laxeermiddelen genomen. Dus de groepsleider dacht dat het stress en verkeerd medicijngebruik was. Maar ik dacht dat het een blindedarmontsteking kon zijn. Het was niet echt duidelijk, maar toch verdacht genoeg om aan te dringen op verwijzing naar een ziekenhuis. Daar voelden de groepsleider en de patient niets voor. Nou kan ik me daar wel wat bij voorstellen. Als je zou kunnen kiezen, zou je liever niet in Bangladesh in een ziekenhuis liggen. Bovendien werd dan het programma van de hele groep in de war gestuurd. Er werden allerlei andere mogelijke oorzaken bedacht, die inderdaad ook allemaal konden kloppen. Ik heb echter aangedrongen op een gang naar het ziekenhuis, ik zou meegaan en iemand van het hoofdkantoor, en schoorvoetend gingen ze akkoord. Om een lang verhaal kort te maken: in het ziekenhuis kwamen ze er ook niet echt goed uit ondanks bloedonderzoek, echo, röntgenfoto, urineonderzoek. Het was intussen 6 uur later. Het voordeel van dat tijdsverloop was dat het beeld steeds duidelijker werd. En toen de chirurg kwam voor een second opinion, wist hij het gelijk: blindedarmontsteking. Hij is diezelfde middag geopereerd en alles is goed gegaan. Ik ben vlak voor de operatie teruggegaan naar onze kamer, maar voor een slaapje was het te laat.
De warmte valt als een deken over je heen als je het vliegtuig uit komt. In Colombo, de hoofdstad van Sri Lanka, is het 30 graden. Bovendien is het vochtig. Na 36 uur niet slapen, 21 uur reizen, drie vertraagde vluchten, en nog een extra security check in Singapore zijn we vroeg in de avond aangekomen in Colombo. En we zijn erg gaar. Gelukkig hebben we binnen 5 minuten de douane gepasseerd, 15 minuten later onze koffers, en staat buiten een grote donkere man met een bordje "Dr. Han Tan" in zijn handen. David komt ons ophalen en heeft ons hotel geregeld. Na het inchecken zegt hij ons gedag: rust eerst maar lekker uit, morgen praten we verder. Het hotel ziet er mooi uit, de kamer is ook goed en van alle gemakken voorzien. Van de omgeving hebben we in het donker nog niks gezien. Eerst maar wat slaap inhalen….
Corry's telefoon is wat van slag na binnen 1 dag drie verschillende tijden te moeten registreren. Als er wat licht door de gordijnen naar binnen komt kijkt Corry op haar telefoon voor de tijd: half zeven, nog veel te vroeg. We blijven nog een tijdje in slaap-waak-toestand en besluiten er uiteindelijk toch maar uit te gaan, uitgebreid te douchen en naar het ontbijtbuffet te gaan dat tot 10 uur duurt. Maar als we na onze wasbeurt onze horloges om doen, die we al in het vliegtuig al op Sri Lanka tijd hadden gezet, blijkt het al 10 voor 10 te zijn. We waren ook eigenlijk veel te uitgeslapen voor 7 uur! Net na 10 uur komen we aan bij de ontbijtzaal, en dan merk je wat gastvrijheid is. Ze vragen ons of wij van het buffet gebruik willen maken. Kan dat nog? Ja natuurlijk! Er wordt een tafeltje voor ons gedekt. En wij kunnen nog uitgebreid genieten van het zeer uitgebreide buffet. Ze bakken nog een eitje voor Corry en een omelet voor Han. 20 minuten later vragen ze of wij nog wat van het warme buffet willen nemen, daarna gaan ze het opruimen. Wij genieten nog heerlijk na van een zoet broodje, vers fruit en een extra kopje koffie.
Inmiddels is Corry bij de kapper geweest en zitten we onder een enorme parasol naast het zwembad buiten. Vanmiddag hebben we een afspraak met David. Hij is de coördinator van NCM in Sri Lanka. Nazarene Compassionate Ministries is de hulpverleningstak van de Kerk van de Nazarener. Dan gaan we het hebben over wat we gaan doen in Sri Lanka. Ik drink intussen mijn versgeperste ananassap nog even op.
vrijdag 5 februari 2010
evaluatie Bangladesh
Gisteren hebben we ons veldwerk met de staf op het hoofdkantoor geevalueerd. We hebben 1523 kinderen gezien, 4 keer een spreekuur voor volwassenen gehouden, en les gegeven aan dorpsdokters, gezondheidswerkers en onderwijzers.
De spreekuren waren niet zo’n succes. De verwachting was dat we vooral mensen zouden zien met kortdurende problemen. Veel mensen kwamen met jarenlange klachten. Waarvoor ze al verschillende therapieen hadden geprobeerd, maar ze wisten niet wat. Ze hebben het idee dat een buitenlandse dokter veel beter is, en dan wel met een oplossing zal komen, ook al is de Bengaalse dokter er al jaren mee bezig. Door de taalbarriere was het uitvragen van de klacht heel moeilijk. Anderen komen voor een soort second opinion. Ze verwachten een behandeling in de vorm van medicijnen, maar de klachten waarmee ze kwamen hadden vaak een andere oplossing nodig. Kortom: de wederzijdse verwachtingen kwamen niet overeen. Als dit nog een keer wordt gedaan, moet dat anders voorbereid worden.
20 % van de kinderen die we hebben gezien hadden behandeling nodig. Uit onze onderzoeken kwamen drie hoofdproblemen naar voren: worminfecties, slechte gebitten en huidinfecties. Als je hier mee aan de slag gaat, en dat hoeft helemaal niet zo duur te zijn, zou je al de helft tot drie kwart van de problemen aanpakken! Het was voor BNM heel bijzonder dat ze nu harde getallen hadden. En ze gaan er ook wat mee doen. Ze gaan kijken of ze standaard alle kinderen een paar keer per jaar een wormenkuur kunnen geven. Het verstrekken van cremes voor huidinfectie is misschien ook wel haalbaar. En de preventie van worminfecties en gebitten krijgen extra aandacht. De mensen die verantwoordelijk zijn voor de CDC’s en oa de educatieprogramma’s schrijven kregen ter plekke de opdracht om te kijken hoe ze dat aan moesten pakken. Verder worden de komende week twee stafleden gestuurd naar de plekken, waar we geweest zijn. Om te kijken of de adviezen die we hebben gegeven ook daadwerkelijk opgevolgd zijn.Vandaag is onze laatste volledige dag hier. Morgenavond laat vertrekken we naar het vliegveld voor het tweede deel van ons avontuur: Sri Lanka.
dinsdag 2 februari 2010
naar de markt
maandag 1 februari 2010
hoop voor de toekomst
Morgen de laatste volledige dag in Ghoraghat en dus ook de laatste keer dat we een CDC bezoeken. De afgelopen dagen hebben we weer veel mooie kinderen gezien. Die van vandaag waren erg stoffig. We hebben een afgelegen plek bezocht (40 minuten rijden met de auto, en vervolgens nog 10 minuten lopen) waar volgende maand een CDC gaat starten. Weer een plek voor de armsten van de armsten. De school, tevens kerkgebouw, staat er al. Er is ook een WC en een waterpomp. Hier heeft 3 jaar een CDC gedraaid, maar als project. Toen het geld op was, moest het stoppen. Ze gaan dit CDC nu met sponsorgeld opnieuw opzetten. Toen we aankwamen waren er maar 20 kinderen: ze waren niet op komen dagen. Aanvankelijk waren de mensen waar we hier mee werken, wat teleurgesteld. Wij echter niet, want de ervaring had ons inmiddels geleerd dat, als we er zijn, de kinderen alsnog komen. Al was het alleen maar om ons te zien. En het klopte helemaal, want uiteindelijk hebben we 63 kinderen gezien. De jongste was 3,5 en de oudste 13. We zien dus alle soorten en maten. De meeste kinderen heel vrolijk en gezellig en ook kinderen die bang zijn en heel blij zijn als je "tjes djou" ( klaar, je kunt gaan) zegt.
Het is hard nodig dat dit CDC weer begint. We vonden hier weer veel kinderen met wormen, met klachten daarvan. De kinderen in deze regio krijgen standaard 4x per jaar een ontwormingstablet. Op de scholen waar dat gebeurt zien we aanzienlijk minder kinderen met wormen. De werkers hier (een verpleegkundige en de leraressen) zijn erg gemotiveerd om wat te leren. Ze vragen ook of we hun meer kunnen leren, kunnen adviseren. Door de korte tijd dat we hier zijn, moeten we ons natuurlijk op een paar onderwerpen focussen. De wormen is 1 van de onderwerpen waar we het altijd over hebben, daar wordt op de CDC's al veel aandacht aan besteed. Hygiene en toiletgebruik is het onderwerp van de eerste ouderbijeenkomst (die maandelijks plaats vindt). Herhaling van de boodschap is heel belangrijk. De kinderen hier drinken ook heel weinig. Pompwater is gratis, maar veel kinderen drinken maar 1 glas per dag; de voeding hier is niet zo vezelrijk, dus we zien ook veel verstopte darmen. Een ander veel voorkomend probleem is huidinfecties. Dus we vertellen ook veel over huidverzorging: schoon houden en een droge huid invetten met olie. Met een paar eenvoudige weetjes, zou het aantal problemen dat we vinden zo kunnen halveren. Helaas is het gebrek aan kennis bij ouders en kinderen dan ook het belangrijkste probleem.
Heel leuk is dat we ons advies om de kinderen meer te laten drinken gelijk de volgende dag bij de lunch van de kinderen hoorden terugkomen. We begrijpen intussen een beetje Bengaals en we hoorden dat de lerares aan de kinderen zei dat ze meer water moesten drinken. We hebben haar daar later op de nabespreking voor gecomplimenteerd. Dat was gisteren, en vandaag liep ze nog te stralen! Daar zijn we hier ook voor, om de mensen te bemoedigen.
Het is niet eerlijk verdeeld op de wereld. De rijkdom niet, het voedsel niet, en ook de kennis niet. Onze rijkdom en voedsel en kennis delen met mensen die het niet hebben, is niet alleen liefdadigheid. Het is ook gewoon eerlijk. Deze kinderen hebben gewoon recht op een hoopvollere toekomst.