vrijdag 29 januari 2010

Ghoraghat


Langzaam maar zeker worden onze vervoermiddelen geleidelijk aan steeds eenvoudiger. Op onze eerste plek hadden we een auto, op de tweede werden we achterop de motor vervoerd. Nou reizen we per "van". Een van is een driewieler fiets met een laadbak. We hebben ze hier al veel gezien. Meestal zagen we vooral vracht vervoerd worden. En regelmatig ook mensen die op de platte bak zaten. Maar hier zie je bankjes op de vans. En ze zijn dus erg geschikt voor vervoer van mensen over korte afstanden. Eerlijk gezegd is het heerlijk om zonder motorgeluid rustig voort te hobbelen op de zanderige wegen. Dat geeft echt een erg vredig gevoel. Dan moet je wel even je schuldgevoel over de magere, hard trappende chauffeur uitschakelen.

Op onze eerste reisdag hier in Bangladesh hadden we een paar honderd schoolrugzakjes bij ons. Halverwege stopten we bij een school om 150 rugzakken af te geven. We kregen toen ook wat thee aangeboden. Toen we naar het toilet vroegen, mochten we het toilet van de guestroom wel even gebruiken. De guestroom was koud en donker. We keken elkaar toen aan en hoopten dat onze slaapplek er wat beter en luxer aan toe zou zijn. In diezelfde guestroom blijken we nu dus in Ghoraghat te slapen. En we merken: we hebben ons aardig aangepast. Wat ons op de eerste dag nog vreselijk leek, vinden we nu heel normaal. De kamer is nog steeds donker, maar nu doet de electriciteit het (meestal), zodat we het licht kunnen maken. En het koude weer heeft plaats gemaakt voor een zonnetje, dus de kamer is ook warmer en niet vochtig.

In Ghoraghat zit het kantoor van BNM aan een (voor NL begrippen) klein straatje zo'n 200 meter van de hoofdweg. We horen hier dus wel het geraas en getoeter van bussen en vrachtwagens. Op het terrein zelf zitten naast een kantoorgebouw (waarin ook onze kamer) ook twee scholen. Vandaag is het vrijdag, de vrije dag hier, dus het is erg rustig. Maar gisteren was het hier een gekrioel van mensen en kinderen. En vanaf morgen ook verwachten we. BNM deelt dit terrein met Compassio Mundi. Een christelijke organisatie die net als BNM sponsors zoekt voor kinderen, waardoor deze kinderen voeding en scholing kunnen krijgen. CM werkt met diverse kerken samen. Hier (en ook in NL) dus met de Kerk van de Nazarener.

We hebben vanochtend onze eerste school bezocht en de kinderen nagekeken. We hebben weer een heel nieuw (plaatselijk) team. Dus het is weer even wennen. Blijkbaar hebben ze de opdracht gekregen om goed voor ons te zorgen. Susanto, een jongeman, is aangesteld om voor ons te zorgen en wijkt bijna niet van onze zijde. Minimaal 2x per uur wordt ons gevraagd of er een probleem is, of we wat willen eten, of drinken, en zo ja wat. Heel lief bedoeld, maar een beetje vermoeiend. Vooral als hij naast de tafel blijft staan, terwijl wij aan het eten zijn, en voor ons wil opscheppen. Of koffie voor ons wil zetten, maar de verkeerde verhoudingen koffie en water kiest. Helaas is ons Bengaals en zijn Engels niet goed genoeg om hem beleefd te vertellen, dat hij niet de hele tijd bij ons hoeft te blijven. Dus af en toe zeggen we nadrukkelijk "thank you" en negeren hem een tijdje. Dan druipt hij af, om om de 5 minuten om het hoekje te kijken of alles wel goed gaat. Een andere truc die we ontdekt hebben is dat we gewoon aan een tafel (buiten, want het weer is heerlijk op het ogenblik) gaan zitten met de laptop, en zeggen dat we wat willen werken. Dan gaan ieder aan zijn eigen werk, hangen ze wel af en toe om ons heen, maar kunnen wij gewoon ons gang gaan. Ach, we zijn hier nog geen 24 uur, we zullen nog wel aan elkaar wennen.

De kinderen zijn natuurlijk weer hartstikke leuk. Bij onze aankomst kregen we allebei een boeketje en een lied aangeboden. Het schoolgebouw had lemen muurtjes, aan een zijde tot heuphoogte, dus we hadden gelijk heel veel bekijks en mensen die over de muurtjes hingen. Dus we zijn begonnen met de mensen op een paar meter afstand neer te zetten en wat doeken op te hangen, zodat de kinderen nog iets uit het zicht stonden tijdens het nakijken, en wij ook niet voortdurend mensen in ons nek hoorden hijgen en praten. Ondanks de overdracht die geweest was, wist de plaatselijke staf niet zo goed wat ze te doen hadden. En na de uitleg hadden ze hun handen vol aan de administratieve handelingen (waarschijnlijk omdat dat in het Engels moest: voor hen een heel moeilijk taal, en bovendien een ander schrift dan het Bengaals). Dat betekende dus dat wij bijna alles zelf met de kinderen moesten doen en communiceren. En dat was ook heerlijk voor een keertje. Lekker rustig, gewoon werken, 1 op 1 contact, niemand aan wie je wat hoefde uit te leggen, en de opdrachtjes die we voor de kinderen hadden konden we inmiddels zelf in het Bengaals vragen.

We hebben dus heerlijk gewerkt, er wordt goed voor ons gezorgd, het zonnetje schijnt, en we kunnen draadloos communiceren met Nederland. Wat wil je nog meer?

woensdag 27 januari 2010

afsluiting Nilphamary




Vandaag was de laatste (volledige) dag in de regio Nilphamary. We hebben hier ook vier keer een spreekuur voor dorpsbewoners gehouden. Dat ging redelijk toen we een staflid uit Dhaka over hadden. Maar toen die terug ging, en we het moesten redden met iemand van de plaatselijke staf, die gebrekkig Engels sprak, was het eigenlijk niet goed te doen. De jongste patient die we gezien hebben was 11 dagen oud. Het babytje was net uit het ziekenhuis ontslagen. Het dronk niet goed en was na een dag al opgenomen. Nu dronk het jongetje wel goed, met een fles. Of ik naar de mond wilde kijken. In de mond zag ik een volledig open gehemelte. Geen wonder dat het kind niet goed kon drinken. Na het nodige moeizame vertaalwerk bleek dat de baby wel een extra lange speen had meegekregen uit het ziekenhuis (daarmee kan een kind met een open gehemelte wel drinken), maar dat ze helemaal niet wisten dat het daarvoor was. De baby was wel goed behandeld, maar de ouders wisten niet hoe het zat. Dat zijn we vaak tegengekomen: mensen krijgen wel een behandeling, maar weten helemaal niet wat de diagnose is, wat dat betekent, wat de medicijnen doen die ze krijgen. Zo ook met dit babytje. Triest eigenlijk. Ik heb een beetje uit kunnen leggen, beperkt door mijn weinig Engels sprekende vertaler, en mijn eigen nog beroerder Bengaals. Ik hoop dat dit kindje het redt.

In totaal hebben we in deze regio 431 kinderen (en 55 volwassenen) gezien. Het percentage medicatieadviezen was hier nog hoger dan in de regio Birgonj, zo'n 25%. De helft hiervan waren kinderen met wormen. Verder zijn huidinfecties een groot probleem. We zagen ook ontzettend veel slechte gebitten. Wat hier wel meespeelt is dat een paar CDC's net begonnen zijn, en een paar net een nieuwe lichting kinderen hebben. De kinderen hebben dan nog niet kunnen profiteren van het voordeel van in ieder geval 1 voedzame maaltijd per dag en (gezondheids)educatie. Als we alleen maar het wormenprobleem zouden kunnen terugdringen, zouden al een heleboel kinderen erg geholpen zijn. (De wormen verbruiken een deel van het voedsel dat de kinderen eten. De tekorten van de kinderen worden daarmee nog groter.)

Het lokale kantoor (zo zullen we het maar noemen) heeft allerlei werkers in dienst. Allereerst een heleboel "animators" (door ons gekscherend het animatieteam genoemd). De animators begeleiden de self-help-groups en de CLA's (waarover we eerder schreven). Verder zijn hier ook health workers. We hebben begrepen dat ze de dorpen bezoeken, gezondheidsvoorlichting geven, kinderen en mensen uitzoeken die voor het spreekuur uitgenodigd moeten worden. Hier op de compound wordt 2x per maand een spreekuur gehouden door een arts uit Nilphamary, die voor dit spreekuur grotendeels door BNM wordt betaald. Er is ook een "nurse" die wat hoger opgeleid is, en die de spreekuren begeleidt en ook zelf een spreekuurtje doet voor eenvoudige aandoeningen. Verder zijn hier nog twee coordinatoren (die leiding geven aan de eerder genoemden, de mannelijke is onze plaatselijke vertaler), een boekhouder, en de projectmanager (die leiding geeft aan iedereen).

Bij het onderzoeken van de kinderen hier kregen we een heleboel personeel mee: de drie health workers en de nurse moeten ons met de kinderen helpen; een van de coordinatoren spreekt beperkt Engels en vertaalt ons als wij dat nodig hebben; de accountant spreekt nog beperkter Engels en maakt briefjes met naam, leeftijd en evt. problemen van de kinderen (anders kunnen wij het niet lezen, het Bengaals heeft namelijk een ander schrift); en meestal is de tweede coordinator ook in de buurt en is de project manager bij de afronding aanwezig, omdat hij nog weer iets beter Engels spreekt en wij dan de boel samenvatten. Eigenlijk is het veel te veel personeel. Maar het leuke is wel dat de health workers en de nurse nu aardig zicht hebben op hoe ze en kind moeten nakijken en dat ze de veel voorkomende problemen kunnen herkennen en behandelen.

Vandaag had de staf hier een uitje voor ons georganiseerd naar een "historical site". Het was neergezet door een of andere lokale vorst en heette vertaald "blauwe zee". Nou hebben we al twee "historical sites" in de Brigonj regio bezocht, en we waren nog niet erg onder de indruk. Bangladesh onderhoudt zijn monumenten in deze afgelegen gebieden niet zo best. Dus toen we ons uitje aangekondigd kregen, waren onze verwachtingen niet zo hoog gespannen. Bovendien zagen we op tegen een urenlange rit achterop de motor over stoffige wegen. Maar ja, de beleefdheid vereiste dat we dit aanbod aan zouden nemen. Toch maar voorzichtig gepolst hoe laat we weg gingen, hoe ver het was in kilometers, en hoe lang rijden. Ze dachten 20-25 kilometer, en drie kwartier rijden. Met de auto! Met de auto? Ja, met de auto, ze hadden een auto gehuurd. En de health workers en de nurse en de coordinator en de boekhouder gingen ook mee. Groot was onze verbazing ook toen twee van de dames netjes gekleed en opgemaakt op het terrein verschenen, alsof we naar een feestje gingen. Wij liepen in dezelfde stoffige kledij als altijd. Toen de auto het terrein op reed kirden de vrouwelijke health workers van opwinding. We hadden de indruk dat ze nog nooit in een auto hadden gezeten. Als een stelletje bakvissen zaten ze achterin het minibusje te zingen en te klappen, terwijl wij voorthobbelden over de zanderige wegen (en zelfs nog een keer vast kwamen te zitten). De "blauwe zee" bleek een ommuurd terrein met in het midden een groene plas te zijn van zo'n 2.5 km omtrek, waar je om heen kon lopen. Dat hebben we gedaan, en dat was ook het uitje. Van wat die lokale vorst aan gebouwen had neergezet (als hij wat had neergezet) was niks meer over. En we hebben de boekhouder een verhaal laten verzinnen, om een historisch tintje aan de omgeving te geven. (Het echte verhaal van dit terrein kon niemand ons vertellen.) Een mooie, vredige plek. Waarschijnlijk een heel romantische plek bij zonsondergang, of mooi om een paar uur langs de waterkant te zitten lezen. Voor de opgemaakte dames een mooie plek voor fotoshoots met de telefooncamera's van de heren.

Morgen staat er weer een auto voor ons klaar (als het goed is). Dan gaan we richting Ghoraghat. Ons volgende blog komt daar vandaan (als alle verbindingen werken).

zondag 24 januari 2010

foto's uit Laxmichap


De omgeving waar we nu verblijven heet Laxmichap. Het is een droog gebied. Er loopt wel een rivier doorheen. In de rivier worden stukjes afgedamd, om daarin rijst te verbouwen. Uit de rivier wordt water gepompt of geschept om de hoger gelegen gebieden te bewateren. Er wordt in deze omgeving vooral tabak verbouwd.

De weg waaraan onze compound ligt is droog en zanderig. Elke dag rijden we hier op de motor overheen. Na terugkomst zitten we onder een laagje fijn zand.
De compound wordt gemarkeerd met een duidelijk bord. Op de achtergrond zie je het kantoorgebouw, met daarin onze gastenkamer.



Het binnenplein van de compound is een multifunctioneel grasveld. Het wordt gebruikt als badmintonveld, parkeerplaats voor motoren en fietsen, gymzaal voor de schoolkinderen, vergaderruimte, en af en toe door ons om in de zon te zitten. Corry staat hier voor onze kamerdeur.



Ook hier onderzoeken we met name de schoolkinderen. Han ziet een kind dat erg veel last heeft van wormen in haar buik.


We zien op veel plekken ook kleinere kinderen met klachten. Corry onderzoekt hier een babytje.

De basis van het community development program zijn de self-help-groups. We bezoeken hier een vergadering van een self-help-group.

huis-tuin-keuken-nieuws



Inmiddels zijn we een week in Laxmichap, een klein dorp op zo'n 25km afstand van de dichtstbijzijnde grote stad Nilphamary. Er heeft hier nog nooit eerder iemand gelogeerd dus wij bijten de spits af. De mensen hier zijn allervriendelijkst maar begrijpen weinig Engels. We hebben een paar dagen een vertaler uit Dakha gehad maar de meeste tijd moeten we ons met heel basaal engels redden. Toen Milton hier was vroeg hij hoe het eten smaakte. Wij hebben gezegd dat het prima was, niet te 'spicy'. Inmiddels weten we dat de mensen hier nu denken dat we zo tevreden zijn over het eten dat ze elke dag hetzelfde maken. Het lijkt wel alsof ze zo blij zijn dat ze de formule gevonden hebben waardoor de creativiteit acuut gestopt is. We ontbijten zolang als we in Bangladesh zijn, en dat is vandaag 3 weken, met Chappatti (dun deeglapje) en zeer fijn gekookte groente en tevens elke dag een gebakken eitje. Als lunch krijgen we rijst met Dahl (mengsel van linzen, uien en knoflook), groente en gemarineerde kippebotjes waar weinig vlees aan zit. 's Avonds krijgen we exact hetzelfde. De groentes zijn altijd een mix van het een en ander (wel elke dag hetzelfde) en zo lang gekookt dat het een gekleurde brij is waar alle knapperigheid uit verdwenen is. Best goed te eten maar nu, na een week hetzelfde gegeten te hebben, zou iets anders op het menu ook wel lekker zijn. Als fruit krijgen we appels of een soort van mandarijnen. Toen Milton er was hebben we het over bananen en aardappels gehad en een dag later waren er bananen. En ook gekookte aardappelen bij de lunch, alleen waren ze koud. Logisch want er wordt hier gekookt op hout en er is maar plek voor 1 pan tegelijk. Er is geen limonade en er zijn geen sapjes, we drinken water, koffie (Nescafé of onze eigen meegebrachte koffie) of thee. Gisteren heeft Han een praatje gemaakt met de projectmanager en kwam het eten ter sprake. Als hij het goed begrepen heeft krijgen we vanavond aardappels in plaats van rijst. We wachten het af…
Onze kamer hier is heel eenvoudig. Er staat een bed in met een nogal hard matras met bobbels. Inmiddels voelen we dus wel dat we ruggen hebben. Tevens een kast die maar voor de helft te gebruiken is want hij gaat niet goed open en als de la open is geweest ligt er allemaal zaagsel op de grond. Als vloerkleedje ligt er een soort van keukenzeiltje op de grond, maar niet overal. Daaronder beton. Een kapot tafeltje en een soort van kaptafeltje behoren ook tot het interieur. De badkamer is zo'n 2x2 meter met een klein wastafeltje en toilet. Doorspoelen gaat niet want het water blijft lopen. We tappen water en gieten dat er maar doorheen. Een paar gekleurde teilen en plastic bekers zijn de douche. De afvoer voor de douche is een gat in de muur. De badkamer ziet er uit als een soort van schuurtje. Voor de energie-crisis hadden we nog licht in de badkamer maar daarna niet meer. We "douchen" overdag of bij kaarslicht. Er zitten 2 gaten in de muren die dienen als raam. Ja, er kan dus ongedierte naar binnenkomen.
We hebben onze eigen klamboe opgehangen aan wat draden die tevens een soort van waslijntje zijn. Er vliegen nogal wat muggen rond en de klamboe is dus best nodig. Aangezien de kleren binnen niet echt drogen heb ik toch maar besloten onze was buiten te drogen te hangen. Zelfs de onderbroeken hangen aan de lijn en het zou me niet verbazen als onze was bestudeerd wordt als we weg zijn. Als ik kleren ga wassen offeren we het warme water op dat elke dag voor ons opgewarmd wordt om mee te douchen. Want met koud water wassen? Met als wasmiddel een stukje zeep heb je al niet het gevoel dat het echt schoon wordt. We gaan er ongetwijfeld qua kleding wat smoezelig uitzien naarmate we hier langer zijn. Maar opvallen doet dat hier niet, want niets is hier kraakhelder. Aangezien het wintertijd is valt er geen druppel regen en alles is kurkdroog. Gezien de samenstelling van de grond, meer zand dan aarde, is er heel veel stof. Als we bijvoorbeeld op de motor weg zijn geweest zitten we van onder tot boven onder een laagje stof. Alles wat je beetpakt is stoffig. Han gaat nu wat last van zijn luchtwegen krijgen.
Huisdieren hebben we ook. Overdag zie je ze niet, maar 's nachts hoor je ze des te beter. Onder de zinken golfplaten zit een soort van rieten plafond. Er zitten wel wat gaten in her en der, maar het is een plafond. 's Nachts hoor je daar van alles over heen en weer rennen. Ook geknaag hoor je. Ik hoop altijd maar dat er niets door de gaten in het plafond heen valt, want dan heb je de muizen of ratten echt aan het dansen. Een soort van licht getrippel op ons vloer-keuken-zeiltje leverde het zicht op een soort van grote torren of kevers op. Een glas over het beest heen zetten en de volgende morgen vrij laten werkt het best. Alles wat we aantrekken schudden we maar eerst uit.
Geen 4-sterren accommodatie hier maar alles went. We zijn in Nederland gewoon ongelooflijk verwend met warm stromend water, kachels, gasfornuizen met wokpitten, koelkasten, vriezers, wasmachines etc. Dat besef je des te meer als je het niet hebt. Maar eerlijk….als je hier bent dan is het ook heel normaal dat het ontbreekt.
Vandaag was er hier een bijeenkomst van 60 mensen. Op de foto zie je hoe de warme maaltijd voor 60 mensen wordt gekookt.




vrijdag 22 januari 2010

self-help-groups

Gisteren hebben we een uitgebreide "rondleiding" gehad over het overige werk dat BNM hier doet. We hebben een self-help-group, gestarte bedrijfjes en een cluster level association bezocht.

Ook hier zijn er CDC's. Projecten waarin kinderen scholing en voeding krijgen. In deze regio richt BNM zich vooral op de jongste kinderen, van 4 tot 8 jaar. De kinderen kunnen naar een staatsschool. Maar veel ouders kunnen het schoolgeld, de uniformen en de leermiddelen niet betalen. Bovendien helpen de kinderen met het werk op het land. De werkers van BNM bezoeken de dorpen en overtuigen de ouders er van om de kinderen die niet naar school gaan, naar een van hun scholen te laten gaan. De kinderen krijgen dan 2 jaar gratis onderwijs en worden dan doorgesluisd naar de reguliere staatsscholen. Dat lukt dan vaak wel. Ons werk hier bestaat ook weer vooral uit het onderzoeken van de kinderen op de CDC's. Daarnaast hebben we ook jongere kinderen met klachten uit het dorp gezien.

Om de kinderen te helpen, is hulp voor het hele dorp nodig. BNM doet ook aan "community development": zorg voor ontwikkeling van de gemeenschap. De basis hiervoor zijn de self-help-groups (SHG's). SHG's zijn groepen van 14 tot 20 vrouwen. Wekelijks leggen zij een bedrag in een pot, 2 tot 5 taka. (100 taka is een euro!) Zo wordt een potje gemaakt, waaruit iedere deelneemster geld kan lenen. Wekelijks komt de SHG bij elkaar. Als iemand geld wil lenen wordt dat besproken. Er wordt bepaald hoeveel rente zij moet betalen en in hoe veel tijd de lening moet worden terugbetaald. De lening wordt gebruikt om een investering te doen. Wij hebben een rondje gemaakt bij een SHG. Er zijn investeringen gemaakt om kunstmest te kopen, een handeltje in seizoensgroenten te starten, een vrouw heeft een naaimachine gekocht en naait kleding, soms geeft een vrouw het geld aan haar man om iets te beginnen: een medicijnwinkeltje, een theehuis, een restaurantje, een vrouw had melkkoeien gekocht, een ander geiten. We waren in een theehuis, die is gestart met een startkapitaal van 500 taka! En het werkt. Mensen kunnen in hun levensonderhoud voorzien, en kunnen hun kinderen naar school laten gaan.

De dorpsbewoners zorgen dus zelf voor het geld, en voor de terugbetaling. BNM levert de kennis om zo'n groep op te zetten. Een van de medewerksters legt uit hoe het werkt, geeft instructie en begeleidt de vergaderingen. Wekelijks verandert de voorzitter en de penningmeester en de secretaris van de SHG om ook leiderschapskwaliteiten te ontwikkelen. Tijdens zo'n vergadering wordt er ook een onderwerp besproken om de kennis te vergroten. Op de vergadering die wij hebben bezocht ging het over diarree. BNM heeft een uitgebreid en gepland educatieprogramma. Na zo'n twee jaar kan een SHG vaak zelfstandig, zonder verdere begeleiding functioneren.

Een cluster level association (CLA) is een bijeenkomst van vrouwen uit zo'n 10 SHG's. Elke SHG vaardigt twee vrouwen af. Op een CLA worden zaken besproken die het dorpsbelang te boven gaan. Uiteraard worden ook ideeen uitgewisseld over het functioneren van een SHG. Ze horen van elkaar wat voor investeringen er worden gedaan in de verschillende dorpen. Men wordt wijzer van elkaar. Maar wat deze CLA's ook doen is naar de overheid gaan, om te praten over wat de regio nodig heeft: electriciteit, wegen. Ze zijn (na jaren) een gerespecteerde gesprekspartner voor de lokale overheid. In de dorpen hebben de CLA's ook aanzien. Ze protesteren tegen kindhuwelijken (dit jaar hebben ze er drie voorkomen) en ze lossen onderlinge conflicten op.

Bangladesh is een land waar de vrouw erg onderdrukt wordt. Bruidsschatten, mishandeling en prostitutie (door de eigen man) zijn grote problemen hier. Door juist de ontwikkeling van de vrouw te stimuleren, verandert dat ook. Vrouwen krijgen respect van de mannen omdat ze geld verdienen, omdat ze goede ideeen hebben over de gemeenschap, omdat ze dingen weten over gezondheid en leiderschap. Maar de vrouwen krijgen vooral ook respect voor zichzelf. En dat is de basis van een veranderd denken over vrouwen.

Het was erg bemoedigend om te zien dat dit werkt. We waren echt onder de indruk.

woensdag 20 januari 2010

weer online

Wie niet in wonderen gelooft is geen realist.

Niet lang voor ons vertrek had ik een nieuwe laptop gekocht. Een Dell. Ik had al eerder een Dell gehad, en er op gerekend dat ik dan twee adaptors zou hebben om mee te nemen naar Azie. Helaas bleek Dell zijn aansluiting op de computer veranderd te hebben, zodat mijn oude adaptor niet op mijn nieuwe laptop paste. Er zit geen standaard aansluiting voor de stroom op de laptop. De aansluiting zal wel om commerciële redenen anders zijn. Ik ging dus met 1 adaptor naar Azie.

Zoals al eerder gemeld ontdekten we gisteravond dat onze adaptor door overspanning is gesneuveld. We hadden nog een beetje hoop dat het probleem in de gebrekkige bedrading zou zitten. Dus we hebben gisteravond wat zitten rommelen met draadjes en lampjes en opladers. De langslopende terreinbewaker zag dat en probeerde ons in het Bengaals wat duidelijk te maken. Het leek nogal belangrijk, en wij begrepen er niks van. Uiteindelijk lieten wij Milton er bij halen. Onze begeleider uit Dhaka, die net die ochtend was aangekomen. Het bleek dat de nachtwaker dacht dat wij de provisorische bedrading wilden doortrekken naar de badkamer om daar ook licht te hebben en dat hij een zaklamp verstandiger vond. Nou, niet dus. Nu Milton er toch was legden we hem ons probleem uit, met de bedoeling om via het hoofdkantoor in Dhaka een nieuwe adaptor te laten bestellen.

En dan nu het wonder. Milton had net een dag eerder een nieuwe laptop gekocht en zijn computer meegenomen naar Nilphamary. Een splinternieuwe Dell. Met dezelfde aansluiting als die van ons. Onze laptop kan dus met zijn adaptor worden opgeladen. De enige persoon met wie wij een redelijk gesprek kunnen voeren, en waarschijnlijke de enige in de verre omtrek die ooit op een computer heeft gewerkt, heeft net een dag eerder een laptop gekocht. En dan exact hetzelfde merk als die van ons. Met dezelfde afwijkende aansluiting. Wij vonden het in ieder geval heeeeeel bijzonder.

We mogen deze adaptor voorlopig bij ons houden en zien wel weer verder als we in Dhaka zijn. Eigenlijk hebben we niks te klagen, en alleen maar luxe problemen. Zeker voor Bengaalse begrippen hebben we het heel riant. Desondanks zijn we erg blij met wat hulp van boven.

computeradaptor gesneuveld.

We hebben nu weer een provisorisch stopcontact en het blijkt dat de adaptor van onze computer het heeft begeven. We kunnen dus onze computer niet meer opladen. We werken nu met het laatste beetje stroom dat nog in de batterij zit. We gaan kijken of en hoe we in deze uithoek een adaptor te pakken kunnen krijgen. Maar in de tussentijd gaan we even niet bloggen om stroom te sparen.

Dus als jullie een tijdje niks van ons horen: geen zorgen. We hebben alleen een energiecrisis.