zondag 29 juli 2012

Mutsjes voor Bangladesh

Het Bengaalse woord voor muts spreek je uit als "toppie".

Tientallen Nederlandse dames hebben babymutsjes gebreid voor baby's in Bangladesh. Toppie, niet waar? Een enkeling heeft in haar eentje honderden mutsen gebreid. Je snapt dat we dat heel erg "toppie" vinden. Maar het allerleukste is dat Changing Lives die toppies namens al die breidames mochten uitdelen.

Mutsen? Maar Bangladesh is toch een warm land?

Ja. In Bangladesh is het 9 maanden per jaar warm tot erg warm. Maar 3 maanden per jaar is het koel, en soms zelfs koud. De mensen die ons al langer volgen weten dat wij het ons tijdens ons eerste bezoek aan Bangladesh erg koud hebben gehad. In de winter daalt de temperatuur tot 4-5 graden boven nul. Alleen als je geen verwarming hebt in de huizen, en de ramen zijn gewoon gaten waar geen glas voor zit... Dan is het binnen net zo koud als buiten. En vaak is het binnen nog kouder omdat daar het zonlicht niet komt en het binnen vochtiger is. De armere mensen slapen op een jute lap op de lemen grond. En liggen dus praktisch gesproken op de koude vloer. De zwakkere en oudere mensen hebben dan veel moeite om zichzelf op temperatuur te houden. Elke winter gaan er dan ook in Bangladesh mensen dood van de kou.

Baby's hebben veel moeite om zichzelf op temperatuur te houden. Omdat hun lichaamsoppervlak relatief groot is, verliezen zij veel warmte. Bij pasgeboren baby's werkt het regelsysteem voor de temperatuur nog heel slecht, dus zij lopen nog meer gevaar om te veel af te koelen. Daarom zijn mutsjes voor baby's die vlak voor of in de winter worden geboren geen overbodige luxe, maar pure noodzaak.

Dus hebben enkele Nederlandse dames besloten om mutsjes te breien voor baby's in Bangladesh. Die dames hebben weer andere dames enthousiast gemaakt. In plastic zakjes, manden en dozen kwamen de mutsjes aan bij Stichting Changing Lives. Allemaal van niet synthetisch materiaal, want dat is riskant in een land waar er veel open vuur in de huizen is. Dit jaar hebben wij circa 450 mutsen meegenomen en uitgedeeld.

De mutsen vonden gretig aftrek. Via de deelnemers aan onze trainingen hebben we de meeste mutsen weggegeven. En als we een baby tegen kwamen, kreeg die persoonlijk een muts. Als je wilt zien hoe dit er uitziet: je kan nog meer foto's bekijken op
Corry had meestal een paar mutsjes bij zich. Dus soms kwamen we toevallig een niets vermoedende moeder met haar baby tegen. Die werd ineens overvallen door een blanke dame, die vroeg of haar baby een jongen of een meisje was, en de baby dan een mutsje op deed.

Natuurlijk vonden de mensen het leuk om een mutsje te krijgen. Maar nog leuker vonden ze dat iemand die ze helemaal niet kenden, in een land heel ver weg, de moeite neemt om voor hen een muts te maken. En als je er over nadenkt is dat ook heel bijzonder.

Alle breisters heel hartelijk dank. Jullie zijn toppie!!

zondag 24 juni 2012

Hoe kan je Changing Lives volgen?

Kom foto's kijken op

Ingewikkeld al die nieuwe media. Waar plaats je nou welk bericht? En hoe zorg je er voor dat alle betrokkenen alle berichten krijgen? We bloggen, en we posten op facebook. Maar niet iedereen heeft facebook.

Op facebook hebben we een eigen pagina: www.facebook.com/stichtingchanginglives. Als je een facebook-account hebt, en je klikt op [vind ik leuk] op onze facebookpagina, dan krijg je op je eigen startpagina onze facebook updates. Deze zijn soms in het Engels, omdat we ook buitenlandse facebook-fans hebben. Als we een blog plaatsen, hier dus, melden we dat ook altijd op onze facebook pagina. Zo houden al onze facebook-fans bij, wat we doen.

Als facebook-fan van Stichting Changing Lives krijg je dus alle social media updates naar je toe gezonden. Als je facebook hebt, en nog geen fan bent, kan je via www.facebook.com/stichtingchanginglives fan worden en automatisch onze berichten krijgen. Overigens kunnen wij jou dan (nog) niet volgen. En je kan zelf ook posten op onze pagina.

Je kan ook een email-abonnement nemen op onze blogs. Onze blogs zijn in het Nederlands. Als je je emailadres invult aan de rechterkant van deze weblog, dan meld je je aan voor een email-abonnement. Je krijgt dan een email (in het Engels) waarmee je je abonnement kan bevestigen. Als je hebt bevestigt, krijg je voortaan onze blogs binnen via je email. Onder elk bericht dat je van ons krijgt, staat hoe je je kan afmelden voor het abonnement.

Wil je dus geen enkele blog missen. Neem dan een email-abonnement: vul je email adres in rechts boven op deze pagina.

Bij onze weblog plaatsen we af en toe foto's ter illustratie. Bij onze facebookberichten ook. Facebook is ook geschikt om fotoseries te plaatsen. Een album heet dat. Zo'n foto album kan je ook bekijken als je geen facebook account hebt. Als we een foto album plaatsen zullen we dat hier ook berichten. Met een link. Als je op die link klikt, kom je bij het fotoalbum. Ook als je geen facebook hebt, kan je zo toch onze openbare foto's bekijken.

We hopen dat we zo iedereen, wel en niet facebookers, het zo makkelijk mogelijk maken om ons te volgen.

dinsdag 12 juni 2012

Gemengde gevoelens

Langzaam maar zeker begint de mist in ons hoofd op te trekken. Een jet lag is toch wel een raar fenomeen. Het ene moment denk je dat je alles aan kan. Het volgende moment ben je elke keer dat je overeind komt, licht in je hoofd. We zijn weer terug thuis. In Houten.

Langzaam maar zeker laten we het Nederlandse leven weer op ons af komen. Met alle verantwoordelijkheden van dien. Natuurlijk alle reisspullen weer opruimen, alle kleren wassen en alles afsoppen. (We willen zeker weten dat we geen kakkerlakeieren op zolder achter de schotten opbergen.) Weer zelf boodschappen doen en koken. Naar de kapper. De tuin weer toonbaar maken. Een enorme stapel achterstallige email wegwerken.
Maar ook de genoegens van het Nederlandse leven komen weer op ons af. Normale temperaturen, een schoon bed, een lekkere douche. En vooral: ontmoetingen met familie en vrienden. Want daar ligt toch wel ons hart, bij de mensen.

Donderdag was onze laatste dag in Dhaka. Aan het eind van de werkdag werden we even uitgenodigd in de vergaderkamer. Langzaam maar zeker druppelde het voltallige personeel van het hoofdkantoor binnen. Om ons gedag te zeggen. Nathan, de directeur, waarschuwde Corry dat ze niet mocht gaan huilen. We kregen een paar ontroerende toespraakjes van verschillende mensen. Het meest opgevallen was, dat we Bangladesh hadden geaccepteerd zoals het was: de hitte, het eten, het gebrek aan hygiëne en elektriciteit. En dat we overal contact maakten met de mensen, de deelnemers, maar ook de mensen die gewoon even langs kwamen om naar “die blanke mensen” te kijken.

We moesten inderdaad even slikken toen we al die lieve woorden hoorden. Dat laatste is ook ons heel erg bijgebleven: contact maken. Het delen van het leven met de Bengalen. Doordat wij nu al voor de derde keer in Bangladesh waren, konden wij voor ons gevoel weer een laagje dieper komen in het contact met de mensen. We zijn weer een stukje minder voorbijganger geweest, en meer deelgenoot. En de mensen die we tegenkwamen, vertelden ook meer persoonlijke dingen.

We zijn weer terug. In Houten. Maar een deel van ons hart ligt nog in Bangladesh.

donderdag 7 juni 2012

Tandenborstels op de plaats van bestemming

Eigenlijk waren we liever ’s morgens vroeg naar Dhaka vertrokken. Ons verblijf in Bangladesh zit er bijna op. We zouden onze laatste week nog samen met de landelijke voorzitter van onze kerk Arthur, en zijn vrouw Annemarie meereizen. Zij zouden gisteren nog projecten bezoeken, met name een Child Development Center (CDC). En wij zouden terugreizen naar Dhaka, om morgenochtend vroeg op het vliegtuig richting Nederland te stappen.
De reis van Jessore naar Dhaka kost circa zeven uur, als alles mee zit. En aangezien wij al vrijwel alle CDCs van BNM hebben bezocht, wilden we liever vroeg vertrekken, dan nog een CDC bezoeken.

Echter Nathan, de directeur van BNM, was pas erg laat, eergisteravond, uit Dhaka gearriveerd. Met hem samen zouden wij terugreizen naar Dhaka. En hij wilde nog even gastheer zijn voor Arthur en Annemarie bij de projecten. Dus dat betekende dat wij pas na het bezoek aan de projecten, en na de lunch zouden vertrekken. En zeker niet voor donker aan zouden komen in Dhaka.

Maar BNM had wel voor een leuke verrassing voor ons in petto. BNM gunde ons het plezier om zelf de eerste van de 30.000 tandenborstels uit te delen. Daarom hadden ze geregeld dat tijdens ons bezoek aan de CDC de eerste tandenborstels, zouden worden uitgedeeld.

Heel blij waren we toen we de tandenborstels daar op tafel zagen liggen.
Elk kind dat op een CDC zit krijgt twee tandenborstels. Eén voor op school, en die blijft daar ook. En één voor thuis. En wij mochten die uitdelen. De tandenborstels die op school zouden blijven, waren gemerkt met een uniek ID-nummer van het kind. De kinderen gaan die zelf nog versieren, zodat ze ze makkelijk kunnen herkennen. Maar daar was geen tijd meer voor geweest. De tandenborstels die mee naar huis zouden gaan, hoeven niet te worden gemerkt.

Ieder kind kreeg persoonlijk een tandenborstel. Het werd een beetje een plechtige bedoening. Meer een uitreiken, dan kadootjes uitdelen. Maar wij werden er wel helemaal blij van. De eerste tandenborstels zijn op de plaats van bestemming: bij de kinderen.

dinsdag 5 juni 2012

Losmakingsproces

Gisteren is de cursus ethiek afgesloten. Na het officiële examen van de cursisten, de evaluatie en de gebruikelijke groepsfoto hebben we weer afscheid genomen van de mensen die in het trainingscentrum werken en waarmee we ons inmiddels al heel vertrouwd voelen. Voor ons vertrek nog een heel bijzonder ‘kippenvel’ moment meegemaakt: Alle aanwezigen hebben allemaal tegelijk, met heel veel passie, hardop voor ons gebeden.  Een heel lawaai, maar tegelijk ook zo ontzettend mooi!

Gisteren zei ik tegen Han dat we ons alvast een beetje ‘mentaal’ moeten gaan voorbereiden op ons vertrek uit Bangladesh. Want ja, tenslotte vertrekken we aanstaande vrijdag en moeten we daar al een beetje naar toe gaan leven. Best lastig dat losmaken. Want we voelen ons hier thuis en heel erg verbonden met de mensen, het werk van BNM en de kerk.

Maar in de afgelopen 24 uur zijn een paar dingen die gebeurd die wel hielpen in het proces van losweken: Op de terugweg uit Dephkhali hoorden we ineens een hoop gesis. En ja hoor, een lekke band. De tweede in 2 weken. Gelukkig waren we al in de stad Jessore, niet ver bij ons guesthouse vandaan. Het had geen zin om in de hitte met z’n allen te wachten tot het karwei geklaard was. En we hebben ons  met zijn zessen in een easy-bike (=soort van tuc tuc) gewrongen. We puilden er aan alle kanten uit en de snelheid was door het totale gewicht zo laag, dat alles ons inhaalde. Zelf zat ik aan de buitenkant en bungelde ik een stuk uit  de easy-bike. Voor mijn gevoel was ik mijn leven niet zeker, omdat alles vlak langs je heen raast. In elkaar gestrengeld hielden we elkaar in de easybike en haalden we heelhuids de eindstreep.

Twee uur later begon het te regenen. De regen groeide uit tot een hevige storm. Vreselijk onweer, met vreselijk veel wind en water. We lagen net in bed en het werd erger en erger. De ene donderslag volgde op de andere. De regen sloeg tegen de ruiten. En de wind gierde door de kieren in de ramen. Op een gegeven moment zei ik tegen Han dat ik me aan wilde kleden, want het voelde allemaal niet prettig. Onze kamer is op de tweede verdieping, op een hoek, dus wij vingen extra veel wind. Onze chauffeur hoorden we ook al buiten op de veranda. En toen we uit bed stapten, stapten we in een plas water. Onze kamer stond blank. Onder de deur door en door de sponningen van de ramen en langs de muren liep het water naar binnen. We waren nog net op tijd om wat dingen die op de vloer stonden, in veiligheid te brengen. Het had weinig zin om te dweilen, zolang er water op de veranda stond. Uiteindelijk zijn we toch maar weer in bed gestapt en hebben we de natte vloer gelaten voor wat het was. Even later viel de elektriciteit uit. En daarmee ook de ventilator. We wachtten op het aanslaan van de generator, maar nee dat gebeurde niet. Kortom, het werd een hele lange warme en  natte (van regenwater en zweet) nacht zonder slaap.

Vanmorgen aan het ontbijt zaten we er allemaal wat dufjes bij. Onze chauffeur had het zo heet gehad vannacht dat hij op de vloer was gaan slapen. Wij zelf hadden na het onweer de deur en alle ramen opengezet.

Vandaag zouden we projecten gaan bezoeken. We wisten nog niet welke projecten ze voor ons hadden uitgezocht. En als een plaatsnaam in Bangladesh genoemd wordt, heb je daar ook niet direct wat aan. Tja, en toen bleek dat de heenreis ruim 3 uur rijden was, over een vreselijke weg met bijna alleen kuilen en gaten. We moesten ook nog met een pont over varen. Er lagen drie veerboten, waarvan er maar 1 het deed. Ook daar dus een lange wachttijd. Gelukkig wel airco in de auto.

Kortom, na een hele barre nacht, zo’n 7 uur schokkerig rijden vandaag overdag, veel en lang wachten en met maar slechts 1 kopje koffie vandaag, bedacht ik me dat dit soort dingen wel helpen in het losmakingsproces.

Morgen vertrekken Han en ik naar Dhaka. Wat we nu nog niet weten is hoe laat. De directeur van BNM moest deze kant op, komt hier overnachten en met hem rijden we morgen terug. Echter hoe laat hij hier vanavond aankomt ( het is nu al 22.00 u) en hoe laat we morgen vertrekken …..?

Eén ding weten we wel. Morgen nemen we afscheid van Arthur en Annemarie Snijders. Zij gaan hun reis en missie hier vervolgen. En wij gaan terug voor het afronden van onze missie hier door middel van een eindpresentatie in Dhaka.

zondag 3 juni 2012

Een verrassende wending in het lesprogramma

We kwamen naar Bangladesh om les te geven. We hadden ons voorbereid op onderwerpen als hygiëne, worminfecties, handen wassen, tanden poetsen  en plannen maken. Ons publiek zouden leerkrachten en gezondheidswerkers zijn. Sta ik vandaag christelijke ethiek te doceren aan een klas theologiestudenten!

De landelijke voorzitter (DS) van onze kerk in Nederland is samen met zijn vrouw nu in Bangladesh., Arthur en Annemarie zochten een plek om hun sabbatical zinvol door te brengen. Met onze verhalen over Bangladesh hebben we ze verleid om naar Bangladesh te komen. Omdat wij mede de oorzaak zijn dat zij hier zijn, voelen we ons ook wel een beetje verantwoordelijk voor hen.

Dankzij onze eerdere bezoeken hier in Bangladesh weten we hoe het kan gaan. Allerlei kleine weetjes hoeven ze niet daardoor niet meer zelf uit te vinden: hoe ga je om met voedsel, water, DEET. Hoe groet je, spreek je je dank uit, en laat je je respect blijken.

Als bezoeker uit het buitenland zijn wij als gast gelijk zeer gerespecteerde personen. Als wij een kerkdienst bezoeken, moeten wij ons natuurlijk even voorstellen. Maar ook kan mij zo maar gevraagd worden om te preken. Als ik geluk heb,hoor ik dat van te voren. Aan het begin van de dienst is dat. Dat ik totaal geen theologische opleiding heb, valt in het niet bij dat ik een dokter uit het buitenland ben. Ik heb vast wel iets goeds door te geven. Het voordeel van zelf preken is wel is dat ik de preek, die anders in het Bengaals is, wel kan volgen.

In de zeer hiërarchie gevoelige samenleving van Bangladesh is een DS een hooggeplaatst persoon. En een DS uit het buitenland is een gast plus een hooggeplaatst persoon. En hij heeft wel een theologische opleiding. We hadden Arthur er dus op voorbereid, dat hem wel eens zo maar gevraagd zou kunnen om te preken.  En ja hoor. Gelijk op de eerste dag mocht hij in de dagopening zijn geestelijke wijsheid delen. En waar in het schema van Arthur en Annemarie de naam van de predikant die op zondag zou preken moest staan, stonden drie vraagtekens. Ze wisten nog niet wie er zou preken, maar als hij er toch was…. Misschien zou de geëerde gast en DS van Nederland wel willen preken….

Zoals gezegd voelen Corry en ik ons een beetje verantwoordelijk voor Arthur en Annemarie. Daarom hebben we ons schema zo ingesteld dat we hun eerste week samen zouden zijn. Dit is onze laatste week hier, over zes dagen komen wij al weer aan in Nederland.
Zij komen hier om les te geven. Hun eerste lesweek zou over christelijke ethiek gaan.  En de onderwerpen moesten nog een beetje onderling verdeeld worden. Eén van de onderwerpen is medische ethiek. En aangezien Han dokter is, en er toch is… Misschien zou Han wel medische ethiek willen doceren… En dus mocht ik vandaag een uurtje medische ethiek behandelen.

Arthur en Annemarie passen zich blijkbaar snel aan aan de Bengaalse cultuur. Ik geloof dat ze het best wel redden volgende week zonder ons.

woensdag 30 mei 2012

Baksheesh: aalmoes, fooi, smeergeld

Eindelijk zijn ze er.
We hadden 30.000 tandenborstels besteld in China en die waren 6 weken geleden al aangekomen in Bangladesh. Even nog wat papierwerk bij de douane, en dan zouden ze bij het hoofdkantoor van BNM in Dhaka worden afgeleverd. We hadden er geen idee van, dat dat zo lang zou duren, en zo veel energie zou kosten. Zes weken lang is onze contactpersoon bij BNM er vrijwel dagelijks mee bezig geweest om de tandenborstels ook daadwerkelijk te ontvangen.

Als eerste vertelde de douane dat de papieren niet in orde waren. De tandenborstels moesten officieel, commercieel worden ingevoerd. Dat was niet terecht. Een gift aan een hulpverleningsorganisatie (wat BNM is) hoeft niet te worden ingevoerd. Toen we na twee weken zo ver waren, dat we vanuit Stichting Changing Lives besloten om toch maar invoerrechten te betalen, was dat niet meer nodig. Maar BNM moest nog wel aantonen dat ze een hulpverleningsorganisatie is. Allerlei papieren gingen heen en weer. Onze contactpersoon moest herhaaldelijk op het douanekantoor verschijnen. En de douane verscheen ook op het kantoor van BNM.

Geleidelijk aan werd mij duidelijk, wat ze hier op het BNM kantoor waarschijnlijk al wisten, maar niet gezegd hadden. Er werd wat smeergeld verwacht. En BNM doet daar niet aan mee. Daarom verdween onze aanvraag steeds weer naar de onderkant van de stapel en kwamen ze met steeds meer aanvullende eisen.

Bangladesh is overwegend een moslimland. In de moslimcultuur (en in veel andere culturen) is het normaal als een rijker persoon zijn rijkdom deelt. Door geld weg te geven aan de armen. Zonder dat je er wat voor terug verwacht. In Nederland doen we dat via goede doelen organisaties. In Bangladesh kan je persoonlijk geven aan bedelaars. Baksheesh geven heet dat.

Als iemand voor je werkt en extra service verleent, iets doet wat buiten het gewone uit gaat, kan je er voor kiezen hem een fooi te geven. Wij merken daar in Bangladesh niet zo veel van, omdat wij zelf nauwelijks geld uitgeven. Onze uitgaven worden door BNM voorgeschoten. Maar een fooi geven schijnt in de wat duurdere restaurants wel gebruikelijk te zijn. Baksheesh geven heet dat.

De uitwas hiervan is dat mensen hun gewone werk niet meer doen, tenzij ze je wat betaalt. Ze verwachten geld voor de service die ze nog moeten gaan verlenen, en waar ze eigenlijk al voor betaald worden. In Nederland noemen we dat smeergeld betalen. Hier heet dat baksheesh geven.

Mede omdat wij zelf nauwelijks contant geld uitgeven tijdens ons verblijf in Bangladesh, hebben wij weinig gemerkt van corruptie. Corruptie schijnt wel wijd verbreid te zijn, maar verschijnt natuurlijk niet in het openbaar. Wel zie ik af en toe advertenties van de overheid met de oproep om corruptie te bestrijden.
Maar als je je realiseert, dat de Bengalen hetzelfde woord gebruiken voor aalmoes, fooi en smeergeld. En hoe zeer aalmoezen en fooien bij de cultuur horen. Dan realiseer je je pas, hoe diep corruptie in de cultuur ingeworteld moet zijn.

Na het laatste bezoek van onze contactpersoon aan het douanekantoor zijn de tandenborstels vrij gegeven. De aanhouder wint, zullen we maar zeggen. Wij voelden ons bezwaard dat we hem zo veel werk hadden bezorgd, maar hij wuifde dat weg: We hebben allemaal onze eigen taak in deze wereld, en we hebben allemaal hetzelfde doel, vond hij. We zijn blij dat we samenwerken met een organisatie die corruptie probeert tegen te gaan.

Wij vinden de veldwerkers van BNM nogal proceduregericht. Ze weten wel wat ze moeten doen, maar nauwelijks wat hun resultaten zijn. Tijdens onze trainingen probeerden we de deelnemers meer resultaatgericht te laten denken. Met als voorbeeld dat de procedure wel goed kan zijn, maar het resultaat toch niet. Nu merken we aan den lijve dat het omgekeerde ook waar kan zijn. Resultaat en procedure, beide moeten goed zijn.